Een drukke woensdagnamiddag, toen ik 's avonds thuiskwam was ik verbaasd van het creatieve talent wat de!Kunsthumaniora aan de dag legde. Mijn groepsgenoten hadden duidelijke ideeën, mooie ideeën. Ze willen het hebben over de vergankelijkheid, en de grote angst van de mens om vergeten te worden. Op twee heel verschillende manieren willen ze dit tentoonstellen. Ik denk dat dit getuigt van een groot besef over de psyche van de mens. Waarom zou de mens zo bang zijn om vergeten te worden? Heeft elke mens de drang om zijn plaats te eisen in het leven en te zorgen dat deze niet vergeten wordt? En hoe dan? Waarom worden kunstenaars pas beroemd wanneer ze gestorven zijn?
In groepjes hoorden we ook de ideeën van de anderen. Ontzettend boeiend, ik denk dat we daar nog uren hadden kunnen zitten. Praten kunst en hun filosofische bijklank. Benieuwd ben ik dan ook, naar het resultaat wat we te zien zullen krijgen op woensdag 29 mei.
maandag 20 mei 2019
Strijd tussen de Heren
Wanneer we Houellebecq lezen zien we dat voor hem de waarheid of de realiteit een heel donker begrip is. Voor hem is de werkelijkheid iets tragisch, iets dat zorgt voor lijden in de mens. Een goed kunstwerk, een goed gedicht kan enkel ontstaan uit lijden, enigszins zoals Kant uitgaat van categoriële schoonheid, hoewel op een minder kinderachtige, ik bedoel onderworpen manier. Hegel daarentegen, als idealist, ziet de oorsprong van een kunstwerk als ontspruitend in de eigen geest, daar wordt dus niet geleden, maar `ontkiemt` de kunst uit de eigen inspiratie. Dan moet je er dus zelf iets voor doen, en niet te veel zeuren. Plezier aan de kunst zelf beleven, niet lijden. De zelfbewustwording van de Geest bij het creëren van een kunstwerk is dan steeds het belangrijkst.
Ik neem hier even het voorbeeld van Francis Alÿs. Veel filosofen zouden dit geen kunst vinden, slechts geëxperimenteer. Daar ik danig geloof dat Alÿs hier een soort van zelfbewustwording van ondergaat, denk ik dat Hegel dit als kunst zou aanschouwen.
Ik neem hier even het voorbeeld van Francis Alÿs. Veel filosofen zouden dit geen kunst vinden, slechts geëxperimenteer. Daar ik danig geloof dat Alÿs hier een soort van zelfbewustwording van ondergaat, denk ik dat Hegel dit als kunst zou aanschouwen.
Hoe moeten we muziek ervaren?
Op de eerste februari dag troffen we elkaar in de Roma voor een lange avond flamencomuziek. Dani de Moron legde gedurende twee uur en een half zijn ziel bloot om het publiek te laten meedeinen op zijn tonen. Muziek is toch steeds een speciale vorm van kunst, ik vraag me vaak of hoe je dat moet waarnemen. Wanneer is je ervaring het sterkst? Als je kijkt? Als je luistert? Als je beide doet? Volgens Nietzsche moet je de muziek zo beleven dat je ze het liefst voor eeuwig wilt blijven beleven. Muziek is een aparte vorm van kunst omdat ze niets van de wereld representeert maar toch een grote (emotionele) invloed kan uitoefenen. Muziek was voor hem een afspiegeling van het fundament van ons bestaan. Doordat de muziek door de jaren heen intellectueler is geworden en de mens meer gewend is geraakt aan de symboliek van de klanken kunnen we nu ook de rede erin herkennen, zo Nietzsche. Bij Dani de Moron is dat het absolute geval, je luistert niet enkel naar de klanken, je zoekt er niet enkel naar maar je herkent ze ook. Wanneer het gehoor 150 minuten lang klanken in zich opneemt is dat een bijzondere vorm van gewaarwording. Als toeschouwer zoek je en vind je uiteindelijk je eigen rede. Doet de mens dat automatisch, zoeken naar een rede? Ik denk niet dat de mens kan luisteren naar een muziekstuk zonder daar een waarheid achter te zoeken. Een ander voorbeeld kan het klassieke pianospel van Liszt zijn. Ook zijn muziek wordt gevonden door de toeschouwer en er wordt beredeneerd. Wat bedoelt de muzikant hiermee? Hoe horen we dit te interpreteren? Misschien omdat de muziek wel nét die dingen tot spreken brengt die vroeger niet konden bestaan. Net daardoor zal de muziek net zo geapprecieerd geworden, zij zorgt ervoor dat de toeschouwer iets absoluut kan ervaren waardoor daarnaar gestreefd moet blijven worden, anders verliest de kunst aan zijn betekenis.
Tussen Lyotard en Kant
Het eerste waartoe de mens altijd geneigd is wanneer hij een kunstwerk aanschouwt is zijn eigen ervaringen delen, nadenken over wat het zou kunnen betekenen. Over een kunstwerk hoor je niet te discussiëren, de mens is een intellectueel wezen en zou geen uitleg moeten nodig hebben noch moeten eisen. Anders heeft de kunst geen functie, zo Lyotard. Als toeschouwer horen we waar te nemen en zo zou het kunstwerk een ervaring op touw moeten zetten.
Die ervaring bevat vier elementen waarvan één erg belangrijke. Deze houdt het factum van het bestaan in, oftewel ook het factum dat een besef van vrijheid creëert. Zo beseft de mens zijn mogelijkheden en zijn vrijheid. Dit kunnen we koppelen aan het concept van onze anima. Onze anima die enkel gewekt wordt door een aisthèton. Die anima zal onbezield blijven als we geen esthetica waarnemen, en indien we die wel waarnemen worden we ons bewust van de (bestaans)mogelijkheden. Volgens Lyotard zal kunst dus steeds een beeld zijn en dus tegenover de werkelijkheid staan. Kunst verschijnt, het bestond eerst niet. De werkelijkheid is er altijd geweest.
Volgens hem is kunst een manier om eveneens weer te geven wat er niet is. Door dat te doen, laat je ook zien wat er wel is.
Belangrijk in Kant zijn filosofie is het verschil tussen het smaakoordeel en de schoonheid. Een smaakoordeel kan elk kunstwerk krijgen, schoonheid is niet overal aan toegeschreven. Een interessant aspect dat een facet vormt van het smaakoordeel is het belangeloos welbehagen. Volgens Kant kan een kunstwerk dus gewoon 'schoon' gevonden worden, zonder dat er een belang achter schuilt. Dankzij onze kenvermogens kunnen we dit oordeel vormen. Dit botst dus met Lyotards visie. Daarnaast begrijpen we ook niet waarom het ons belangt. Een kunstwerk bevalt de toeschouwer of het bevalt hem niet. Daarnaast veronderstelt het esthetisch oordeel steeds een gemeenschappelijke ervaring, ook dit komt niet overeen met Lyotards visie. Hij denkt dat eerder wat de anima aanspreekt, als mooi bevonden wordt.
Ik geloof dat een ervaring ook negatief kan zijn, en dan een anima niet enkel bezielt wordt door een aistèthon. Anders zouden we toch aan zeer veel dingen een esthetica kunnen toeschrijven? Ik denk dat de algemene prikkels die uw kenvermogens ervaren sowieso al een anima wakker maken, zijn deze daarom allemaal zaken die de anima bezielen? Daaruit rijst natuurlijk de vraag wanneer het anima bezield wordt.
De mens heeft over alles een smaakoordeel. Vaak zelfs onbewust, daarom kunnen we volgens mij niet spreken van een anima die enkel bezield wordt op bepaalde momenten. Een belangeloos welbehagen sluit dan eerder aan bij de dagdagelijkse realiteit. Of hoe de mens steeds een mening heeft, zonder vaak te begrijpen waarom.
Misschien zorgt dat belangeloos welbehagen van Kant wel voor problemen.
Die ervaring bevat vier elementen waarvan één erg belangrijke. Deze houdt het factum van het bestaan in, oftewel ook het factum dat een besef van vrijheid creëert. Zo beseft de mens zijn mogelijkheden en zijn vrijheid. Dit kunnen we koppelen aan het concept van onze anima. Onze anima die enkel gewekt wordt door een aisthèton. Die anima zal onbezield blijven als we geen esthetica waarnemen, en indien we die wel waarnemen worden we ons bewust van de (bestaans)mogelijkheden. Volgens Lyotard zal kunst dus steeds een beeld zijn en dus tegenover de werkelijkheid staan. Kunst verschijnt, het bestond eerst niet. De werkelijkheid is er altijd geweest.
Volgens hem is kunst een manier om eveneens weer te geven wat er niet is. Door dat te doen, laat je ook zien wat er wel is.
Belangrijk in Kant zijn filosofie is het verschil tussen het smaakoordeel en de schoonheid. Een smaakoordeel kan elk kunstwerk krijgen, schoonheid is niet overal aan toegeschreven. Een interessant aspect dat een facet vormt van het smaakoordeel is het belangeloos welbehagen. Volgens Kant kan een kunstwerk dus gewoon 'schoon' gevonden worden, zonder dat er een belang achter schuilt. Dankzij onze kenvermogens kunnen we dit oordeel vormen. Dit botst dus met Lyotards visie. Daarnaast begrijpen we ook niet waarom het ons belangt. Een kunstwerk bevalt de toeschouwer of het bevalt hem niet. Daarnaast veronderstelt het esthetisch oordeel steeds een gemeenschappelijke ervaring, ook dit komt niet overeen met Lyotards visie. Hij denkt dat eerder wat de anima aanspreekt, als mooi bevonden wordt.
Ik geloof dat een ervaring ook negatief kan zijn, en dan een anima niet enkel bezielt wordt door een aistèthon. Anders zouden we toch aan zeer veel dingen een esthetica kunnen toeschrijven? Ik denk dat de algemene prikkels die uw kenvermogens ervaren sowieso al een anima wakker maken, zijn deze daarom allemaal zaken die de anima bezielen? Daaruit rijst natuurlijk de vraag wanneer het anima bezield wordt.
De mens heeft over alles een smaakoordeel. Vaak zelfs onbewust, daarom kunnen we volgens mij niet spreken van een anima die enkel bezield wordt op bepaalde momenten. Een belangeloos welbehagen sluit dan eerder aan bij de dagdagelijkse realiteit. Of hoe de mens steeds een mening heeft, zonder vaak te begrijpen waarom.
Misschien zorgt dat belangeloos welbehagen van Kant wel voor problemen.
woensdag 15 mei 2019
Hoe belangrijk ben ik?
Op deze blog omschrijf ik de visie van enkele filosofen en filosofische stromingen. Als eerste beschrijf ik de universele hermeneutiek waar onder andere Gadamer ons iets over kan vertellen. In dit gedachtengoed is het centrale idee dat de lezer niet enkel de context begrijpt van de tekst die hij leest maar tevens ook zijn eigen context en de verhouding daarvan tegenover de tekst die hij leest. Een moreel oordeel kan dus niet geveld worden zonder je eigen context, je eigen persoon en alles wat dat omvat mee af te toetsen aan dat oordeel. Wie je bent en je eigen zijn moet toegelegd worden op deze beslissing. Deze filosofie kan betrokken worden op de ethiek van het geweten of kan hier op zijn minst een toevoeging voor zijn. De vraag die zo oprijst is hoe de mens een gewetensvolle beslissing maakt, belangrijk hierbij blijkt je eigen rol in de verhouding en in hoeverre je die moet, kan of wil laten meespelen. Op deze manier ontstaan er vijf elementaire functies.
Als eerste kunnen we de doelloze redelijkheid bekijken; een wetmatigheid die ontstaat dankzij zijn context. Sommige zaken krijgen pas een doel wanneer er een context is waar dat doel in vormgegeven kan worden. Een kunstwerk dat ik hierop kan toepassen is een werk van Piet Mondriaan. Eén van Mondriaans drijfveren voor het maken van deze kunst was dat elke persoon een andere boodschap zal geven aan dit kunstwerk en dat iedereen er iets anders in ziet. Naargelang de context van de toeschouwer, wie hij of zij is en op welke manier hij op dat moment naar het kunstwerk kijkt zal hij er een andere betekenis aangeven. Die betekenis ontstaat door de context. Waar gekleurde vakken dus op het eerste zicht niets hoeven voor te stellen kan een doel gecreëerd worden aan de hand van de context. Dat ervaart eenieder ook in het leven en het is een belangrijk aspect om dat eigen leven ook een boodschap te geven. Het is van veel waarde als je je eigen leven een bepaald doel kan toeschrijven.
Een derde element is het voorkomen van een voortdurende herhaling en tevens een oneindige variatie. Heel dankbaar om toe te passen op het werk van Mondriaan. In zijn werken zien we een voortdurende herhaling van éénzelfde patroon, het creëren van lijnen, vakken en blokken. Desondanks zijn al zijn kunstwerken anders en is er dankzij deze voortdurende herhaling een oneindige variatie mogelijk. Intuïtief zijn deze twee altijd in strijd met elkaar maar de kunst leert ons dat zelfs het ondenkbare te versmelten is. We zien hier een overduidelijke wetmatigheid die toch varieert. Als vierde en vijfde element zijn ook de verandering van deelnemers en de verandering in gestalte belangrijk. Hierdoor ontstaat een betrokkenheid bijvoorbeeld in het spel. Deze betrokkenheid is moeilijker toe te passen op Mondriaan hoewel we kunnen stellen dat Mondriaan hierdoor een nieuwe kennis. Als conclusie kunnen we zeggen dat jouw eigen ervaring van het werk afhangt en vooral bepalend is voor de ervaring in het algemeen. Een objectieve ervaring bestaat dus niet.
Schipperen tussen hoop en wanhoop
Woensdag zes maart ontmoetten we elkaar in CC Berchem om onze aandacht voor twee uur lang te leggen op een tekst van Anton Tsjechov. Vier acteurs, twee vrouwen en twee mannen geven vanaf de eerste minuut een bizarre sfeer mee. Als snel wordt het duidelijk dat het thema van de avond niet prettig is. Miserie en wanhoop zijn prominent aanwezig. Desondanks zitten er daartussen ook kleine stukjes die hoopvol zijn, in het begin althans. Want een huwelijk loopt uiteindelijk toch ook op de klippen. Het spel is een knappe combinatie van licht, geluid, decor en emotie. Ik geloof dat de bedoeling of de boodschap van de regisseur onder andere geweest is om de toeschouwer te laten proeven van het harde en soms rauwe leven. Daardoor kwamen sommige delen te theatraal over. Een belangrijk onderwerp is dus de zoektocht naar je eigen persoon en de problemen die je daarbij ervaart. En niet alleen de problemen die jij daarbij ervaart maar ook degene in je omgeving die daar problemen van ervaren. Een alcoholverslaafde zal niet enkel zichzelf toetakelen maar ook zijn omgeving, misschien die nog wel meer. Wat moet je dan doen, als je meegetrokken wordt in een val van een ander. Waar laat je de liefde stoppen, laat je de liefde überhaupt wel stoppen? In Platonov zien we een constante strijd tussen liefde en onvermogen. Een veelvoorkomend probleem in de samenleving geloof ik. Houellebecq zou deze visie realistisch vinden, eentje waarin het leven gewoon miserie is en dat het ons niet moet verwonderen dat andermans miserie ook de jouwe is. Zelf hou ik niet van deze blik op de wereld. Al kan de liefde, alcohol en desillusie zorgen voor het diepste ongeluk, er is ook een ander oppervlak. Eentje waar iedereen kan geraken, met de goede wil. Platonov is aandoenlijk en absoluut een aangename kijkervaring. Maar het leven is genuanceerder dat het gecreëerde beeld op dat podium.
Abonneren op:
Posts (Atom)