Het eerste waartoe de mens altijd geneigd is wanneer hij een kunstwerk aanschouwt is zijn eigen ervaringen delen, nadenken over wat het zou kunnen betekenen. Over een kunstwerk hoor je niet te discussiëren, de mens is een intellectueel wezen en zou geen uitleg moeten nodig hebben noch moeten eisen. Anders heeft de kunst geen functie, zo Lyotard. Als toeschouwer horen we waar te nemen en zo zou het kunstwerk een ervaring op touw moeten zetten.
Die ervaring bevat vier elementen waarvan één erg belangrijke. Deze houdt het factum van het bestaan in, oftewel ook het factum dat een besef van vrijheid creëert. Zo beseft de mens zijn mogelijkheden en zijn vrijheid. Dit kunnen we koppelen aan het concept van onze anima. Onze anima die enkel gewekt wordt door een aisthèton. Die anima zal onbezield blijven als we geen esthetica waarnemen, en indien we die wel waarnemen worden we ons bewust van de (bestaans)mogelijkheden. Volgens Lyotard zal kunst dus steeds een beeld zijn en dus tegenover de werkelijkheid staan. Kunst verschijnt, het bestond eerst niet. De werkelijkheid is er altijd geweest.
Volgens hem is kunst een manier om eveneens weer te geven wat er niet is. Door dat te doen, laat je ook zien wat er wel is.
Belangrijk in Kant zijn filosofie is het verschil tussen het smaakoordeel en de schoonheid. Een smaakoordeel kan elk kunstwerk krijgen, schoonheid is niet overal aan toegeschreven. Een interessant aspect dat een facet vormt van het smaakoordeel is het belangeloos welbehagen. Volgens Kant kan een kunstwerk dus gewoon 'schoon' gevonden worden, zonder dat er een belang achter schuilt. Dankzij onze kenvermogens kunnen we dit oordeel vormen. Dit botst dus met Lyotards visie. Daarnaast begrijpen we ook niet waarom het ons belangt. Een kunstwerk bevalt de toeschouwer of het bevalt hem niet. Daarnaast veronderstelt het esthetisch oordeel steeds een gemeenschappelijke ervaring, ook dit komt niet overeen met Lyotards visie. Hij denkt dat eerder wat de anima aanspreekt, als mooi bevonden wordt.
Ik geloof dat een ervaring ook negatief kan zijn, en dan een anima niet enkel bezielt wordt door een aistèthon. Anders zouden we toch aan zeer veel dingen een esthetica kunnen toeschrijven? Ik denk dat de algemene prikkels die uw kenvermogens ervaren sowieso al een anima wakker maken, zijn deze daarom allemaal zaken die de anima bezielen? Daaruit rijst natuurlijk de vraag wanneer het anima bezield wordt.
De mens heeft over alles een smaakoordeel. Vaak zelfs onbewust, daarom kunnen we volgens mij niet spreken van een anima die enkel bezield wordt op bepaalde momenten. Een belangeloos welbehagen sluit dan eerder aan bij de dagdagelijkse realiteit. Of hoe de mens steeds een mening heeft, zonder vaak te begrijpen waarom.
Misschien zorgt dat belangeloos welbehagen van Kant wel voor problemen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten