Ik neem hier even het voorbeeld van Francis Alÿs. Veel filosofen zouden dit geen kunst vinden, slechts geëxperimenteer. Daar ik danig geloof dat Alÿs hier een soort van zelfbewustwording van ondergaat, denk ik dat Hegel dit als kunst zou aanschouwen.
maandag 20 mei 2019
Strijd tussen de Heren
Wanneer we Houellebecq lezen zien we dat voor hem de waarheid of de realiteit een heel donker begrip is. Voor hem is de werkelijkheid iets tragisch, iets dat zorgt voor lijden in de mens. Een goed kunstwerk, een goed gedicht kan enkel ontstaan uit lijden, enigszins zoals Kant uitgaat van categoriële schoonheid, hoewel op een minder kinderachtige, ik bedoel onderworpen manier. Hegel daarentegen, als idealist, ziet de oorsprong van een kunstwerk als ontspruitend in de eigen geest, daar wordt dus niet geleden, maar `ontkiemt` de kunst uit de eigen inspiratie. Dan moet je er dus zelf iets voor doen, en niet te veel zeuren. Plezier aan de kunst zelf beleven, niet lijden. De zelfbewustwording van de Geest bij het creëren van een kunstwerk is dan steeds het belangrijkst.
Ik neem hier even het voorbeeld van Francis Alÿs. Veel filosofen zouden dit geen kunst vinden, slechts geëxperimenteer. Daar ik danig geloof dat Alÿs hier een soort van zelfbewustwording van ondergaat, denk ik dat Hegel dit als kunst zou aanschouwen.
Ik neem hier even het voorbeeld van Francis Alÿs. Veel filosofen zouden dit geen kunst vinden, slechts geëxperimenteer. Daar ik danig geloof dat Alÿs hier een soort van zelfbewustwording van ondergaat, denk ik dat Hegel dit als kunst zou aanschouwen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderenLois,
BeantwoordenVerwijderengraag wil ik ingaan op het voorbeeld dat je aanhaalt van Francis Alÿs. Tijdens onze eerste bijeenkomst op De!Kunsthumaniora liet meneer Heynen zijn voorbeelden zien die bij hem opkwamen gekoppeld aan onze kunstfilosofische denkvragen. Een daarvan was eveneens Francis Alÿs. Ik heb het over zijn 'Sometimes making something leads to nothing'. Hij sleurt een ijsblok over de straten totdat dit wordt gereduceerd tot het niets. Naast het experimentele van zijn kunstwerk zie ik veel gedachtes van andere filosofen erin terug komen. Aan de ene kant het 'il y a' van Lyotard. Het ijsblok staat symbool voor de onthulling van de vergetelheid van ons bestaan (ijsblok is er), ons niet-bestaan (ijsblok is er niet), en de kloof daartussen (proces van verdwijnen). Aan de andere kant het smeltende geluk van Houellebecq. Iets creëren bevestigt onze wanhopige zoektocht naar geluk. Daarom zie ik naast het zelfbewustwordingsproces van Hegel tegelijkertijd het einde van dit zelfbewustwordingsproces. De mens is een lijdend wezen dat wil leren kennen wat niet te leren kennen valt.