woensdag 15 mei 2019
Schipperen tussen hoop en wanhoop
Woensdag zes maart ontmoetten we elkaar in CC Berchem om onze aandacht voor twee uur lang te leggen op een tekst van Anton Tsjechov. Vier acteurs, twee vrouwen en twee mannen geven vanaf de eerste minuut een bizarre sfeer mee. Als snel wordt het duidelijk dat het thema van de avond niet prettig is. Miserie en wanhoop zijn prominent aanwezig. Desondanks zitten er daartussen ook kleine stukjes die hoopvol zijn, in het begin althans. Want een huwelijk loopt uiteindelijk toch ook op de klippen. Het spel is een knappe combinatie van licht, geluid, decor en emotie. Ik geloof dat de bedoeling of de boodschap van de regisseur onder andere geweest is om de toeschouwer te laten proeven van het harde en soms rauwe leven. Daardoor kwamen sommige delen te theatraal over. Een belangrijk onderwerp is dus de zoektocht naar je eigen persoon en de problemen die je daarbij ervaart. En niet alleen de problemen die jij daarbij ervaart maar ook degene in je omgeving die daar problemen van ervaren. Een alcoholverslaafde zal niet enkel zichzelf toetakelen maar ook zijn omgeving, misschien die nog wel meer. Wat moet je dan doen, als je meegetrokken wordt in een val van een ander. Waar laat je de liefde stoppen, laat je de liefde überhaupt wel stoppen? In Platonov zien we een constante strijd tussen liefde en onvermogen. Een veelvoorkomend probleem in de samenleving geloof ik. Houellebecq zou deze visie realistisch vinden, eentje waarin het leven gewoon miserie is en dat het ons niet moet verwonderen dat andermans miserie ook de jouwe is. Zelf hou ik niet van deze blik op de wereld. Al kan de liefde, alcohol en desillusie zorgen voor het diepste ongeluk, er is ook een ander oppervlak. Eentje waar iedereen kan geraken, met de goede wil. Platonov is aandoenlijk en absoluut een aangename kijkervaring. Maar het leven is genuanceerder dat het gecreëerde beeld op dat podium.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Loïs, ik vind het interessant om jouw kijkervaring te lezen omdat ik merk dat je de gebeurtenissen die zich op scène ontvouwen, afspiegelt aan het werkelijke leven. Ik ben benieuwd of dit altijd de manier is waarop jij theater interpreteert, en ik vraag me daarbij af hoe je theater beleeft dat ietwat conceptueler is. In Platonov zien we het leven zoals het zij, maar neem nu bijvoorbeeld een stuk als Hamlet: er valt zeker een waarheid te halen uit pakweg de analyse van de karakters van de personages, maar deze voorstelling aftoetsen aan de werkelijkheid lijkt mij een heel pak moeilijker. Misschien zelfs onnodig.
BeantwoordenVerwijderenIs dit iets wat je altijd doet? Persoonlijk heb ik het er niet moeilijk mee om een onbegrijpbaar kunstwerk in de onbegrijpbare leegte te laten zweven, maar ik kan me voorstellen dat er heel wat kijkers zijn die door deze onbegrijpbare (sublieme?) ervaring, afhaken. Misschien is het een menselijke drift om controle te scheppen in een overweldigend universum. Ik vind dat dat niet hoeft. In het duister dwalen brengt mij vaak ook rust, soms zelfs meer rust dan een bevestiging van mijn gevestigde waarden. Bestaat men niet om in vraag gesteld te worden?
Vind jij kunst die strookt met de werkelijkheid (Kantiaans schoon) interessanter dan kunst waarvan je enkele dagen moet bekomen?